Een bijdrage van Daan Joos, geel-blauw KFCH-gevormd sinds 1970.
Provinciaal voetbal, de trends, de cijfers, de veranderingen:
Bij KBVB Oost-Vlaanderen zijn 242 ploegen actief die met een 1ste elftal spelen, verdeeld over 4 provinciale afdelingen.
Amper 30% heeft een positieve financiële balans, 25% heeft schulden en de rest is break-even, meestal met de nodige moeite.
Dit jaar zijn er verschillende ploegen gewoon failliet gegaan of moeten stoppen wegens nakend falen. Daar zitten wel wat bekende namen bij zoals SKN St-Niklaas, SK Deinze, Dikkelvenne en OB Lebbeke. Er hebben zelfs ploegen forfait moeten geven in volle degradatiestrijd.
Met andere woorden : veel ploegen in provinciale hebben het moeilijk.
De hoofdreden is dat de clubs het financieel niet meer rond krijgen en de spelers verzaken aan engagement als ze niet (stevig) betaald worden. De melkkoe die provinciaal voetbal lang geweest is, komt droog te staan. Spelers beschouwen hun voetbal niet meer als hobby maar als een verdienmodel.
En als de loonkosten te hoog worden, houdt het op.
In 1ste provinciale komen 150 tot 350 mensen kijken, in 2de 100/200, in 3de en 4de 50/120. Die aantallen kunnen behoorlijk oplopen bij derby’s, zeker als beide ploegen vooraan staan. Maar met inkomsten van tickets gaan clubs het niet redden, dit vertegenwoordigt amper 5% van het budget.
De belangrijke bron van inkomsten blijft de kantine.
De meeste ploegen zijn best wel creatief met footlunches en dergelijke maar het tekort wordt toch te vaak dicht gefietst met de lidgelden van de jeugd.
KFCH Sinaai is financieel gezond maar de beleving was matig en het plezier was wat verdwenen. Dus is onze club toe aan herbronning, na een lange periode waarin het 1ste elftal prima presteerde in 2de provinciale. Dat dit gebeurde met aangetrokken spelers die duur betaald werden en nauwelijks een binding met de club hadden, bleek uiteindelijk een belangrijke struikelsteen.
Vooral omdat de eigen jeugd de weg naar het eerste elftal niet meer vond. Op den duur drongen zich een aantal fundamentele vragen op over de eigen werking.
Waar doen we het eigenlijk voor ? En betekenen we wel iets voor de eigen gemeente ?
Om de nieuwe aanpak te begrijpen is het nuttig om het provinciaal voetbal even onder de loep te nemen. Het is een vergissing te denken dat provinciale een soort FC De Kampioenen is want het gaat er een pak professioneler aan toe dan de meeste mensen denken.
Op vlak van accomodatie, trainingen en ondersteuning zijn veel ploegen best goed bezig. Er wordt gewerkt met gediplomeerde trainers, jeugdcoordinators en vaak veel jeugdploegen.
De organisatie van een provinciale voetbalclub is dan ook een behoorlijk werk, niet iets om tussen de soep en de patatten even te doen. Daar begint het schoentje ook redelijk te nijpen want elke club heeft een tekort aan vrijwilligers. Daarom is de vraag “waarom doen we het eigenlijk” zo belangrijk, mensen hebben een duidelijk omlijnd doel nodig om zich te engageren.
En er is geen beter doel te vinden dan de eigen jeugd.
Een lovenswaardige maatschappelijke taak die perfect te combineren valt met een competitieve omgeving zoals voetbal. Dat begint met spelen met een bal, vriendjes maken en dat ontwikkelt zich gaandeweg tot zichzelf verbeteren, presteren als groep en tenslotte de eerste ploeg halen op je eigen gemeente.
De connectie met de eigen gemeente is cruciaal want we horen toch allemaal graag tot “een stam-met-wat-Asterix-allure”.
En supporters supporteren nu eenmaal liever voor mensen die ze kennen.
Om dat te bereiken is er een doordachte strategie nodig want heel die omkadering kost geld, veel geld zelfs. Maar dat mag, want het heeft een belangrijk maatschappelijk doel : onze jeugd fysiek en mentaal iets bijbrengen.
Is de eerste ploeg dan niet meer belangrijk ? Natuurlijk wel maar niet alleen meer zaligmakend. Ook voor die eerste ploeg is een strategie belangrijk want als je gewoon alle jeugdspelers zomaar in de ploeg dropt, gaan die slaag krijgen, meer dan gezond is.
Dus moet er een uitgebalanceerde ploeg gemaakt worden waar jeugdspelers in kunnen floreren en dat gaat gepaard gaan met het aantrekken van spelers die je zelf niet hebt.
Betekent dat dan dat jeugdspelers zomaar in die eerste ploeg geraken ? Ook niet, je moet het niveau halen dat nodig is maar in derde provinciale is dat wel haalbaar met de eigen gemeente als voedingsbodem.
Een minder belicht aspect aan een voetbalclub is zijn sociale functie. Zeker in een dorp kan een voetbalclub een manier zijn om mensen te leren kennen, vrienden te maken en er aangenaam te vertoeven. Hartstochtelijk je kinderen aanmoedigen langs de kant kan zó plezant zijn, als je het doet zoals het moet wel te verstaan. En daarna met de andere supporters gezellig iets drinken in de kantine.
Zo een omslag gaat niet van vandaag op morgen natuurlijk. Daar moet eens goed over worden nagedacht en dat is ondertussen gebeurd op KFCH.
In het seizoen 25/26 is er tabula rasa gemaakt met het systeem “alles voor de 1ste ploeg”. Dat heeft wat harde beslissingen gevraagd en ook wat onvrede.
De meeste spelers zijn onmiddellijk vertrokken en onze eigen jonge gasten hebben hun best gedaan onder moeilijke omstandigheden.
Faut le faire.
Dat een degradatie bijna onvermijdelijk was, heeft het bestuur er bij genomen.
Verschillende mensen in de omkadering hebben zich geëngageerd om volgend jaar een volwaardige 3de provincialer op de been te brengen. Zonder vooruit te lopen op de komende competitie is er vertrouwen dat we een rustig seizoen kunnen draaien. De technische staf heeft meer dan voldoende ervaring om er het beste uit te halen.
Om de voedingsbodem van Sinaai en omgeving maximaal te laten renderen is een stappenplan nodig, goed-beter-best als het ware.
KFCH heeft momenteel een ijzersterke jeugdwerking, die op lange termijn de ambitie mag hebben om de volgende stap te zetten naar provinciaal voetbal. Om deze stap te zetten is er een uitgebreidere en professionelere structuur nodig. We hebben de klasse in huis, waarom mogen we als club niet de ambitie hebben deze klasse meer uit te spelen?
We spreken dan van een 5-jarenplan dat we stap voor stap dienen te realiseren. Het spreekt voor zich dat dit een financieel kantje heeft maar daar gaat het bestuur mee aan de slag op een transparante manier zodat iedereen zicht heeft waar de centen naar toe gaan.
Ook dat is cruciaal om mensen mee te krijgen.
Het feit dat we financieel gezond zijn, dat jeugdlidgelden bij de jeugd blijven, dat er zoveel “kleinere” sponsors samen een aanzienlijk budget kunnen verwezelijken, het gevoel dat rangen zich sluiten, jeugdspelers herstarten op Sinaai, Sinaai zijn club begint te kennen moet de club sterken in de overtuiging dat het ingeslagen pad volledig gelijkloopt met hetgeen de hedendaagse conjunctuur ons voorhoudt.
Kortom, er wordt werk van gemaakt en het gaat even duren maar Rome is ook niet op één dag gebouwd.
Daan Joos
